De regeling werd federaal ingevoerd in 1985, om te vermijden dat erfgenamen belangrijk Vlaams erfgoed zouden moeten verkopen om hoge successierechten te bekostigen. Erfgenamen kunnen hun erfbelasting betalen door aan de overheid een kunstwerk aan te bieden. Sinds 1 januari 2015 staat de Vlaamse overheid zelf in voor de inning van de erfbelasting.

Conceptnota

De regeling wordt in de praktijk maar zeer zelden gebruikt. Daarom bracht Cathy Coudyser de knelpunten in kaart en legde ze in 2017 in een conceptnota een aantal voorstellen tot verbetering aan het parlement voor. Op basis van deze conceptnota zijn Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon en Vlaams minister van Financiën Matthias Diependaele aan de slag gegaan. Die verbeteringen in de regelgeving keurde het Vlaams Parlement vandaag goed.

“Alle voorstellen uit mijn conceptnota worden nu uitgevoerd. De verbeterde regelgeving laat toe dat meer erflaters gebruik kunnen maken van het instrument. De regeling draagt aldus bij tot een goede bewaring en ontsluiting van het Vlaamse cultureel erfgoed”, aldus Coudyser.

Al bij leven afspraken maken

Een van de bijsturingen aan de regeling is dat kunstverzamelaars ook al bij leven afspraken zullen kunnen maken over welke stukken ingebracht kunnen worden voor betaling van erfbelasting. Daardoor kunnen geschillen tussen erfgenamen of versnippering van collecties vermeden worden.

Overheid betaalt verschil terug

Nieuw is daarnaast ook de mogelijkheid voor de Vlaamse overheid om het verschil tussen de lagere verschuldigde erfbelasting en de hogere waarde van de aangeboden kunst aan de erfgenamen terug te betalen. Dit maakt de regeling voor erflaters merkelijk interessanter. Ook de invoering van een fiscale stimulus waarbij de waarde van de kunst die in aanmerking genomen wordt voor de vereffening van de erfbelasting verhoogd wordt tot 120 procent, draagt daartoe bij.

Voorzien is dat deze nieuwe regeling op 1 juli 2023 in werking treedt.