11 juli speech Davidsfonds : over cultuur als bindmiddel voor de gemeenschap

Door Cathy Coudyser op 6 juli 2015

Op 4 juli nam Cathy de honneurs waar om voor het Davidsfonds Westkapelle de gelegenheidstoespraak te geven naar aanleiding van het feest van de Vlaamse Gemeenschap. Cathy zette uiteen hoe cultuur het bindmiddel bij uitstek is om onze gemeenschap samen te houden en te versterken. Cultuur is een drijvende kracht in Vlaanderen, een kracht waar we allen uit kunnen putten. Lees hieronder de volledige toespraak:

Cultuur als bindmiddel voor de gemeenschap - Cathy Coudyser - Vlaams volksvertegenwoordiger en deelstaatsenator

Geachte voorzitter, bestuursleden en leden van het Davidsfonds Westkapelle,

Geachte (wnd.) burgemeester en schepenen, collega’s van de gemeenteraad,

Vlaamse vrienden,

Ik ben blij dat ik vandaag voor u mag spreken ter gelegenheid van het feest van de Vlaamse gemeenschap.

Als Vlaams parlementslid wil ik u vandaag tonen dat cultuur onlosmakend verbonden is met onze Vlaamse gemeenschap. In de geschiedenis van de Vlaamse ontvoogding was cultuur namelijk de eerste bevoegdheid waarover de Vlamingen volledig zelf mochten beschikken.

Vanaf dat moment is in Vlaanderen op cultureel gebied heel wat geëvolueerd.  Waar men aanvankelijk vanuit Vlaanderen moest sturen om in elke gemeente een bibliotheek, een cultuurbeleid of een cultuurcentrum te ontwikkelen, is Vlaanderen vandaag op dat vlak volwassen geworden.  We hebben voldoende vertrouwen in de lokale besturen om verder een degelijk cultuurbeleid te voeren.  Ik wil met jullie vanavond het cultuurlandschap anno 2015 schetsen en de uitdagingen voor het cultuurbeleid in en voor Vlaanderen toelichten.

Hoeft het voor jullie, leden van het Davidsfonds, nog gezegd te worden hoe belangrijk cultuur is voor een gemeenschap ?  Cultuur vormt hèt bindmiddel bij uitstek om mensen samen te laten leven en samen te laten ‘be-leven’. Het is een belangrijke bouwsteen van ons sociaal weefsel en van de samenhorigheid. Door zich cultureel te engageren doen mensen competenties op die hen houvast bieden. Cultuur prikkelt, zorgt voor een brede en open kijk op de wereld, en stimuleert burgerzin, identiteitsbeleving en een kritisch zelfbewustzijn. Op die manier zet cultuur ons aan tot maatschappelijke reflectie en daagt het ons intellectueel uit.

Het lijkt me een inspirerende gedachte om ons, op onze feestdag, af te vragen hoe wij dat gemeenschapsgevoel kunnen versterken.  Wat kunnen wij doen om de samenhang binnen onze Vlaamse gemeenschap te verbeteren ? En hoe slagen wij erin om zoveel mogelijk mensen in dat gemeenschapsleven te betrekken. Het antwoord is eenvoudig : we blijven investeren in een creatief en divers cultuuraanbod. Zo is er voor elk wat wils.

Socio-culturele organisaties, en het Davidsfonds in het bijzonder, spelen daarom een belangrijke rol om mensen dichter bij cultuur te brengen. Het zijn jullie die mensen prikkelen en overhalen om effectief cultuur te gaan ontdekken.  Met jullie initiatieven zoals Zomerzoektochten, Junior Journalist, Toast Literair en de Nacht van de Geschiedenis komen jullie tot in elk dorp.  De cultuurkaart van Davidsfonds biedt kortingen voor culturele topevenementen.  Via een  fijnmazig netwerk van duizenden vrijwilligers slagen jullie erin om delen van het publiek te bereiken die anders nooit met cultuur in contact zouden komen, ook jonge Vlamingen en nieuwe Vlamingen. 

Een belangrijke meerwaarde daarbij zijn de vele cultuurcentra. In bijna  elke Vlaamse gemeente is een cultuurcentrum, dat haar huis openstelt  voor organisaties zoals Davidsfonds, maar ook andere lokale cultuurverenigingen. Daarnaast heeft een cultuurcentrum ook de taak om professionele kunstenaars – zowel podiumkunsten, theater, film maar ook beeldende kunsten te presenteren in hun huis.  Ook deze professionele vormen van cultuur staan dicht bij de burger en hebben een belangrijke educatieve waarde.  Meer en meer zie je cultuurcentra buiten hun grenzen en hun muren treden.  Zo brengen ook zij op hun beurt cultuur naar scholen, naar buurten, naar de openbare ruimte, naar woonzorgcentra.

Naast de socio-culturele organisaties en de cultuurcentra hebben ook onze grote Vlaamse cultuurinstellingen een belangrijke opdracht.  Deze instellingen zoals de twee Vlaamse musea : Schone Kunsten en Hedendaagse Kunst  in Antwerpen, Opera/Ballet Vlaanderen, De Singel, Brussels Philharmonic, de AB, en sedert kort ook het Concertgebouw Brugge en De Vooruit zijn toonaangevende kunsthuizen in Vlaanderen die grootschalige initiatieven en culturele engagementen opnemen voor de hele gemeenschap.  Ze zijn structureel verankerd met de Vlaamse Gemeenschap, en moeten een voorbeeldrol spelen. Van deze instellingen, maar eigenlijk ook van alle cultuurinstellingen, mogen we verwachten dat ze aan de code van Cultural Governance voldoen en een raad van bestuur samenstellen die niet enkel politiek samengesteld is maar dat ze ook experten uit de financiële, economische wereld aantrekken.  Een boekhouder, jurist, bedrijfsmanager kan een unieke bijdrage leveren aan het bestuur van die instelling.  Uiteraard zijn ze autonoom en geldt de artistieke vrijheid van het management, maar ze moeten open en transparant aantonen waar de vele subsidies, geld van de belastingbetaler, naartoe gaan.  Van deze instellingen mogen we ook verwachten dat ze bijkomend alternatieve financiering zoeken via sponsorships, mecenaten of ‘vrienden van de opera of het kunsthuis’.  De grote instellingen van de Vlaamse Gemeenschap tonen enerzijds onze rijke traditie maar hebben anderzijds een rol te spelen in het ontdekken en laten doorgroeien van jong talent.  Zij zijn de instellingen bij uitstek die ons Vlaams talent internationaal laten doorbreken.  Bovendien fungeren ze als vliegwiel voor de regionale cultuurinitiatieven en organiseren ze unieke cultuureducatieve programma’s waardoor ook de volgende generatie warm wordt van cultuur.  

Want inderdaad Vlaanderen staat sterk en zelfbewust in de wereld en mag ook op cultureel vlak internationaal ambitie tonen.  Op bezoek in Amsterdam, bij Jan Raes, directeur van het Concertgebouw Amsterdam, zei hij me : ‘Vlaanderen wordt in het buitenland alom geprezen omwille van haar uitzonderlijk cultureel talent en expertise. Ik denk hierbij aan dans met Rosas, onze Vlaamse film die sedert enkele jaren internationaal doorbreekt, de vele muziekfestivals die volk uit heel de wereld naar Vlaanderen lokken , Dries Van Noten en de Vlaamse  mode-designers  die overal gekend zijn, hedendaagse Vlaamse beeldende kunstenaars die tot in New York exposeren.  De kwaliteit van ons culturele veld is een sterke troef om heel Vlaanderen internationaal in de markt te plaatsen’.

Cultuur is inderdaad een hefboom om een venster op de wereld te openen, als blik op de wereld, maar ook als blik van de wereld op onze cultuur. Het is inspirerend en verrijkend om de eigen culturele identiteitsbeleving ook buiten de landsgrenzen te toetsen.

Onze overheid, en onze Minister-President Bourgeois in het bijzonder, speelt een belangrijke rol om de Vlaamse cultuursector in het buitenland te promoten.  Tijdens mijn bezoek aan De Vlaamse vertegenwoordiger in Parijs, Filip d’Havé, bevestigde hij dat de Vlaamse diplomatieke vertegenwoordigers wereldwijd, onze Vlaamse cultuuractoren mee op sleeptouw nemen.  Ze organiseren ontmoetingen met bedrijven, met hooggeplaatste gasten en geven kansen aan onze Vlaamse kunstenaars om de stap naar een buitenlandse carrière te zetten.  Met de agentschappen Toerisme Vlaanderen en Flanders Investment & Trade hebben we alles in huis om de Vlaamse cultuur tot in het buitenland te brengen en een win-win situatie te creëren voor onze culturele sector en onze economie.  Morgen start  in Parijs het evenement ‘Rue de Flandre’  waar de Rue D’Androuet, in Montmartre,  omgetoverd wordt in een Vlaamse straat waar alles waar Vlaanderen goed in is (chocolade, gastronomie maar ook cultuur en mode) te zien is.  Zo gaan economie, cultuur en toerisme hand in hand.

 

En ja, cultuur heeft ook een belangrijke economische waarde. Uit de meest recente cijfers van de Vlaamse overheid blijkt dat de culturele en creatieve sectoren goed zijn voor meer dan 126.000 jobs en vertegenwoordigden ze 3% van het Bruto Binnenlands Product.  De culturele sector vormt ook een motor van lokale en regionale ontwikkeling. Culturele projecten, organisaties en kunstenaars bepalen mee de aantrekkingskracht van steden en regio’s om nieuwe inwoners, investeerders, toeristen en nieuw creatief talent aan te trekken. Zo is Beaufort een uniek zomers kunstenproject aan zee dat kan dienen als hefboom om toeristen, kunstliefhebbers en geïnteresseerden van heinde en verre naar de Vlaamse kust te krijgen.   

Ook Vlaams Minister Ben Weyts beseft zeer goed dat cultuur, toerisme en erfgoed sterk met elkaar verbonden zijn.  Logeren in kloosters of abdijen, kastelen als unieke erfgoedsites, wandelen en fietsen langs kapellen en kerken, oude Vlaamse hoeves of industrieel erfgoed, proeven van streekgerechten en streekbieren, ontdekken hoe molens werken of beleven van tradities zijn unieke troeven.  Ze tonen ons Vlaams verleden, zonder schroom, aan de buitenlandse en binnenlandse toeristen. 

Bovendien wil minister Weyts, samen met zijn collega Minister Gatz, ook inzetten op het project ‘Vlaamse Meesters’.  Een beetje naar analogie van het grootse project ‘herdenking WOI’, willen ze naar aanleiding van de 450ste verjaardag van de geboorte van ‘Brueghel’ in 2017 grootse tentoonstellingen en projecten opzetten rond de Vlaamse Meesters.  Niet enkel Brueghel, maar ook Rubens, Jan Van Eyck, Rogier Vanderweyden en Hans Memlinc, kortom onze Vlaamse Primitieven  - en vergeten we de Vlaamse Polyfonisten niet - zijn altijd de Vlaamse ambassadeurs in Europa geweest.  Nog altijd zijn deze kunstenaars een aantrekkingskracht naar Vlaanderen.  Maar het is de bedoeling dat deze grootse tentoonstellingen hun uitrol krijgen in heel Vlaanderen en dat elke regio, elke gemeente haar Vlaamse meesters in de kijker zet.  Voor de kust kennen we Delvaux, Ensor en Permeke maar ook Knokke-Heist is een belangrijke aantrekkingskracht geweest voor veel impressionistische schilders en kunstenaars.  Als we de straatnamen van de nieuwe verkaveling Duinenwater in gedachten houden, dan zijn er ook moderne en hedendaagse kunstenaars actief in Knokke-Heist. 

Om even terug te keren naar het Vlaamse cultuurveld, dan zijn onze eerste buitenlandse partners enerzijds Wallonië en anderzijds Nederland.  Met Nederland delen we een gemeenschappelijke geschiedenis, maar ook een gemeenschappelijke taal.  Al lijkt de samenwerking met Nederland logisch, toch is het niet altijd even makkelijk.  Nederlanders denken veel meer vanuit een economisch perspectief aan cultuur dan wij, Vlamingen.  Wij vinden cultuur maatschappelijk belangrijk, als drager van onze identiteit waarvoor wij al jaren vechten.  Nederland voelt ook minder de noodzaak aan om via cultuur de identiteit der Nederlanden aan te zwengelen.  Toch proberen we alle culturele initiatieven tussen Vlaanderen en Nederland te bewerkstelligen.  Het project ‘Beste Buren’ toont de Vlaams-Nederlandse samenwerking en creativiteit op cultureel vlak.  Ook De Brakke Grond zet projecten tussen Vlaamse en Nederlandse kunstenaars op en geeft hen een forum. Het Vlaams-Nederlands Huis De Buren in Brussel versterkt de Vlaams-Nederlandse cultuur in Brussel.

Alhoewel Wallonië een ander cultuurbeleid heeft dan Vlaanderen en we cultureel autonoom zijn als regio’s, zijn we toch genoodzaakt regelmatig af te stemmen.  Al is het maar voor de nog resterende federale bevoegdheden die een impact hebben op cultuur.  Ik denk dan in de eerste plaats aan fiscale maatregelen zoals taks-shelter, belangrijk voor de film.  Maar ook aan de auteursrechten of aan de sociale zekerheid en het sociaal statuut van de kunstenaar.

Bovendien mogen we hier de nationale musea, de koninklijke bibliotheek en de archieven niet vergeten, die nu eenmaal in Brussel liggen en nog federaal beheerd worden.  Deze instellingen mogen niet aan hun lot overgelaten worden en moeten wat mij betreft, beheerd worden vanuit de autonomie van de deelstaten.  Vlaanderen laat Brussel en deze nationale instellingen niet los !

Laat me misschien nog even specifiek ingaan om de toestand van boeken, taal en letteren. 

Zoals u weet staat het letteren- en boekenvak vandaag voor grote uitdagingen. De boekenverkoop in Vlaanderen beleeft vandaag geen hoogdagen en de problemen zijn divers. Er is de moeilijke sociaal-economische positie van auteurs, uitgevers, literaire vertalers en illustratoren. Daarnaast zijn er ook actuele trends zoals de digitalisering en de opmars van e-boeken die de uitgeverijen en boekhandels onder druk zetten. Er is daarom nood aan een masterplan waarmee de boekenverkoop gestimuleerd wordt en het boekenvak zichzelf opnieuw kan uitvinden.  Dit masterplan moet ook leesbevorderingsinitiatieven nemen.  

Een eerste maatregel die we nemen is de gereglementeerde boekenprijs. Met deze maatregel willen we het rijk en gediversifieerd boekenaanbod in Vlaanderen behouden door bij de verkoop van nieuwe boeken gedurende de eerste zes maanden een maximaal kortingsplafond in te stellen. Zo wordt het evenwicht tussen de kleinere boekhandels en de grotere spelers op de markt hersteld. Op die manier willen we  garanderen dat ook kleinere boekhandelaren een kwalitatief aanbod kunnen blijven aanbieden zonder te moeten opboksen tegen grote spelers die omwille van schaalvoordelen boeken aan een veel lagere prijs kunnen verkopen. De gereglementeerde boekenprijs is weliswaar niet de toverdrank die de hele sector uit de wind kan zetten, het is wel een constructieve stap in de goede richting. Deze beslissing is ingeschreven in het regeerakkoord, ondertussen werden in het parlement hoorzittingen gehouden met alle spelers, volgende week houden we daarover een eerste gedachtenwisseling met de minister.

We mogen ook heel blij zijn dat Vlaanderen en Nederland samen in 2016 gastland zijn voor de organisatie van de Frankfurter Buchmesse, de grootste professionele boekenbeurs ter wereld. Dat evenement kan voor onze boekensector een springplank zijn naar de Duitse markt en naar de rest van de wereld.

Naast onze aanwezigheid op internationale beurzen, kunnen we ook de boekenverkoop opkrikken door meer mensen warm te maken voor het Nederlands en het Nederlands als cultuurtaal meer te promoten. Om onze taal op te waarderen, zullen we heel wat uit de kast moeten halen, zeker in een wereld die almaar meer globaliseert. Daarbij ontstaat in de hoofde van de wereldmachten al eens de neiging om de 'kleinere' talen gewoon weg te duwen. Dat we dat niet zomaar zullen laten gebeuren, staat als een paal boven water. Vandaag is het Nederlands de taal van meer dan 23 miljoen wereldburgers en dat moeten we koesteren.

Ik maak me soms wel wat zorgen over de kennis van het Nederlands bij het publiek. Ook dat kan beter, want op een ogenblik dat er naar schatting jaarlijks 40 000 Nederlandstalige boeken verschijnen, lijkt een aantal mensen weinig te geven om de zorg voor onze taal. Grammaticale regels worden genegeerd en een behoorlijke uitspraak schijnt voor te veel mensen geen zorg meer. Dat is geen goede evolutie. We moeten de waarde van onze taal erkennen en mogen daar gerust trots op zijn, want taal is een belangrijk deel van onze identiteit en de gemeenschap waar we allen deel van uitmaken.

Vlaamse vrienden,

Zo kom ik terug bij het begin en ik zal er ook mee besluiten: we maken allen deel uit van een gemeenschap van Vlamingen die eenzelfde identiteit delen. Vandaag kan niemand ontkennen dat die   Vlaamse gemeenschap bestaat. Een gemeenschap van Vlamingen en nieuwe Vlamingen die een aantal zaken met elkaar delen: we spreken dezelfde taal en kijken meestal naar dezelfde tv-uitzendingen, we  houden er gelijklopende gebruiken op na en we zijn het behoorlijk eens over een aantal waarden, zoals democratie, vrije meningsuiting, respect voor mensenrechten, enz. Dat schept een band. Een band die ons verbindt.

Vandaag is het daarom niet alleen het feest van de Vlaamse Gemeenschap, het is zowel mijn feest als uw feest. Kortom, vandaag is het ons feest! 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is